Tweede psilocybinetherapie bij uitgezaaide kanker: wat is er onderzocht?

Er verschijnen de laatste jaren steeds meer studies naar psychedelische therapie bij psychische en existentiële klachten rondom ernstige ziekte. Een recente publicatie richt zich op een specifieke en tegelijk praktische vraag: wat als een eerste psilocybine-ervaring wel iets helpt, maar niet genoeg of niet blijvend? Kun je dan op een veilige en haalbare manier een tweede psilocybine-interventie aanbieden, in dit geval in een groepsgerichte retraite-opzet?

De studie waar dit artikel op gebaseerd is, betreft een kleine fase 1-studie bij mensen met uitgezaaide kanker. Het primaire doel was niet om effectiviteit te bewijzen, maar om te kijken naar veiligheid en uitvoerbaarheid van een tweede psilocybine-retraite bij deelnemers die na de eerste ronde slechts “gedeeltelijk” hadden gereageerd. De secundaire, verkennende uitkomsten gingen over angst, somberheid en existentiële spanning.

Belangrijk om te benadrukken: dit soort bevindingen zijn interessant en relevant, maar ze zijn nog geen basis voor harde conclusies of voor algemene adviezen. Bij fase 1-onderzoek hoort voorzichtigheid, juist omdat de opzet vooral bedoeld is om te verkennen of een interventie in deze vorm verantwoord en logistiek mogelijk is.

De opzet: groepsretraite, voorbereiding, doseringsdag en integratie

In de beschreven studie deden deelnemers mee aan een tweede “Group Retreat Psilocybin Therapy” na een eerdere retraite. De interventie bestond uit een traject met meerdere onderdelen:

Er waren drie voorbereidende sessies, gevolgd door één psilocybine-doseringsdag en daarna vier integratiesessies. Dat is een herkenbare structuur in onderzoek naar psychedelische therapie: voorbereiding om verwachtingen, intenties en veiligheid te bespreken; de sessiedag zelf; en integratie om ervaringen te vertalen naar betekenis, coping en gedrag in het dagelijks leven.

Een opvallend element is dat het groepsmodel centraal staat. In plaats van een volledig individuele setting met één of twee begeleiders per persoon, draait het hier om een retraite-vorm waarin voorbereiding en integratie (en mogelijk ook delen van de sessiecontext) groepsgericht worden georganiseerd. De auteurs plaatsen dit in een bredere “public health”-context: individuele trajecten zijn intensief en kostbaar, en groepsmodellen zouden in theorie schaalbaarder kunnen zijn en meer sociale steun kunnen bieden.

Wat veranderde er bij de tweede psilocybine-ervaring?

De tweede ervaring was niet simpelweg een herhaling van de eerste. De onderzoekers voerden meerdere aanpassingen door, wat belangrijk is voor de interpretatie van de uitkomsten. Drie wijzigingen springen eruit:

Ten eerste werd de startdosering verhoogd naar 35 mg psilocybine. Ten tweede hoefden deelnemers niet verplicht te stoppen met antidepressiva. En ten derde werd een optionele “booster” mogelijk gemaakt: als de subjectieve werking laag was, kon na 60 tot 90 minuten een extra dosis van 10 mg worden gegeven.

In totaal voltooiden 13 deelnemers de interventie. Zeven van hen kregen de extra booster. Dat betekent dat de uiteindelijke blootstelling aan psilocybine niet voor iedereen hetzelfde was, wat logisch kan zijn vanuit een klinisch-pragmatische insteek, maar het maakt het wetenschappelijk lastiger om precies te duiden welke factor samenhangt met welke uitkomst.

Veiligheid: wat werd er wel en niet gezien?

De primaire vraag in deze fase 1-studie was: is een tweede groepsgerichte psilocybine-interventie bij deze specifieke groep veilig en haalbaar? Volgens de auteurs traden er geen ernstige bijwerkingen op. De gemelde bijwerkingen waren onder andere tijdelijke bloeddrukverhoging, misselijkheid en hoofdpijn.

Ook de booster werd in deze kleine groep niet in verband gebracht met nieuwe ernstige veiligheidsproblemen. Tegelijk blijft het belangrijk om te onthouden wat “geen ernstige bijwerkingen gemeld” wel en niet betekent. In een kleine studie kun je zeldzame risico’s niet goed inschatten. Bovendien hangen veiligheid en risico’s in sterke mate samen met screening, set en setting, medische context, comorbiditeit, medicatiegebruik en de kwaliteit van begeleiding en nazorg.

Daarnaast zijn “veilig” en “haalbaar” in onderzoekstermen vaak beperkt tot wat er tijdens en kort na de interventie zichtbaar wordt. Langere termijn risico’s, of risico’s die vooral bij grotere en meer diverse groepen voorkomen, blijven bij kleine studies per definitie onzeker.

Verkennende uitkomsten: angst, somberheid en existentiële spanning

Naast veiligheid keken de onderzoekers verkennend naar psychologische uitkomsten. De gemiddelde score op de Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS) daalde van 15,08 bij aanvang naar 9,00 rond dag 8. De verbetering bleef volgens de rapportage gedeeltelijk zichtbaar tot 24 weken na de sessie.

Dit soort dalingen kan klinisch relevant zijn, maar in dit stadium blijft voorzichtigheid nodig. Omdat het om een kleine studie zonder controlegroep gaat, kun je niet goed onderscheiden wat komt door psilocybine, wat door het groepsmodel, wat door verwachtingseffecten, wat door extra aandacht en begeleiding, of wat door natuurlijke schommelingen in klachten bij ernstige ziekte.

Ook is het relevant dat het hier gaat om een geselecteerde groep deelnemers: mensen die al eerder aan een psilocybine-retraite hadden meegedaan. Die eerdere ervaring kan invloed hebben op verwachtingen, coping, bereidheid om moeilijke ervaringen aan te gaan en het vermogen om de sessie te integreren.

Mystieke ervaring en “respons”: wat zegt dit, en wat niet?

In veel psychedelisch onderzoek wordt ook gekeken naar de subjectieve intensiteit en betekenis van de ervaring. In deze studie nam het aandeel deelnemers met een zogenoemde “complete” mystieke ervaring toe van 38% tijdens de eerste ervaring naar 77% tijdens de tweede ervaring.

Dat is een opvallende verschuiving, maar ook hier is interpretatie lastig. De verhoogde dosis en de mogelijkheid van een booster kunnen de intensiteit van de ervaring beïnvloeden. Tegelijk kan ook vertrouwdheid met de setting een rol spelen, net als betere voorbereiding of een andere groepsdynamiek. Zonder gecontroleerde vergelijking blijft onduidelijk welke factor het meest bepalend is.

Bovendien is “meer intens” niet automatisch “beter” voor iedereen. Een intense ervaring kan voor sommige mensen helpend zijn, maar kan ook overweldigend of verwarrend uitpakken. Daarom leggen professionele protocollen doorgaans veel nadruk op voorbereiding, heldere ondersteuning tijdens de sessie en integratie achteraf.

Waarom het groepsmodel interessant is, en welke vragen open blijven

Een kernpunt van deze studie is de mogelijke rol van groepsgerichte therapie als schaalbaar model. In de praktijk zijn individuele trajecten met intensieve begeleiding moeilijk breed toegankelijk te maken, onder andere door kosten, personele inzet en logistiek. Groepsmodellen zouden die druk kunnen verlagen en tegelijk sociale steun kunnen versterken, wat bij ernstige ziekte een relevante factor is.

Toch zijn er ook belangrijke open vragen. Hoe verhoudt groepsbegeleiding zich tot individuele begeleiding bij verschillende soorten deelnemers? Voor wie werkt groepsdynamiek ondersteunend, en voor wie juist belastend? Welke onderdelen moeten per se individueel blijven, bijvoorbeeld bij trauma-achtergrond, sterke angst of complexe psychiatrische voorgeschiedenis? En hoe borg je privacy, emotionele veiligheid en passende nazorg in een groep?

De auteurs benoemen zelf dat grotere, gecontroleerde studies nodig zijn. Ook is nog niet vastgesteld of groepsceremonies met minder psychotherapeutische ondersteuning vergelijkbaar effectief kunnen zijn als intensieve therapievormen met veel psychotherapie. Dat is een belangrijk onderscheid, omdat “psychedelische ervaring in een groep” en “psychedelische therapie” in de praktijk heel verschillend kunnen worden ingevuld.

Wat betekenen deze resultaten voor therapie in de praktijk?

De meest verdedigbare conclusie uit deze publicatie is beperkt en precies: in een kleine, sterk geselecteerde groep deelnemers met uitgezaaide kanker leek een tweede groepsgerichte psilocybine-interventie in deze opzet veilig en haalbaar, en er werden verkennende signalen gezien van verbetering in angst- en depressiescores.

Dat is iets anders dan zeggen dat een tweede psilocybinebehandeling “werkt” of “beter is” voor iedereen die bij een eerste sessie onvoldoende effect merkte. Het ontbreken van een controlegroep, het kleine aantal deelnemers en de meerdere protocolwijzigingen tegelijk maken dat je niet kunt vaststellen welk onderdeel verantwoordelijk is voor de gemelde veranderingen.

Voor lezers die zich oriënteren op psychedelische therapie is het daarnaast belangrijk om het juridische en praktische kader helder te houden. Psychedelische interventies zoals psilocybine- of MDMA-geassisteerde therapie worden in Nederland vooral besproken in de context van wetenschappelijk onderzoek en, afhankelijk van de stof en setting, in praktijken die zich richten op harm reduction en begeleiding. Dit artikel beschrijft onderzoek en is geen uitnodiging om dit zelf te gaan toepassen.

Verantwoord informeren: onderzoek volgen en vragen stellen

Wie meer wil lezen over de bron waarop dit artikel is gebaseerd, kan de samenvatting en context bekijken via deze bespreking van de fase 1-studie. Daar wordt duidelijk dat het om vroege onderzoeksresultaten gaat, met een focus op veiligheid en haalbaarheid.

In bredere zin helpt het om bij nieuws over psychedelica steeds dezelfde vragen te stellen: Hoe groot was de studie? Was er een controlegroep? Welke uitkomsten waren primair en welke verkennend? Hoe werd veiligheid geborgd? En welke onderdelen horen bij de stof, en welke bij de psychologische begeleiding en integratie?

Voor mensen die zich op mdmatherapie.nl vooral oriënteren op MDMA geldt: MDMA-sessies kunnen momenteel alleen binnen wetenschappelijk onderzoek of in de praktijk via harm reduction worden besproken. Als je algemene vragen hebt over opzet, voorbereiding, integratie en veiligheidsprincipes van een begeleide sessie, dan kun je je aanmelden voor een kennismaking of intake via Melde dich für eine MDMA-Session an. Dit is nadrukkelijk geen individueel medisch advies en geen garantie op uitkomsten, maar kan wel helpen om informatie te krijgen over werkwijze, grenzen en zorgvuldigheid.

Abschluss

Deze kleine fase 1-studie geeft een voorzichtig positief signaal dat een tweede groepsgerichte psilocybine-interventie bij mensen met uitgezaaide kanker die eerder slechts gedeeltelijk reageerden, in deze opzet veilig en haalbaar kan zijn. Tegelijk blijven de onzekerheden groot door de kleine onderzoeksgroep, het ontbreken van een controlegroep en meerdere protocolaanpassingen tegelijk. De resultaten zijn vooral een aanzet voor groter, gecontroleerd vervolgonderzoek en een uitnodiging om zorgvuldig te blijven in hoe we “therapie”, veiligheid en effect interpreteren bij psychedelische interventies.